Libero Jeffrey Klok wil alles uit zijn volleybalcarrière halen wat er in zit

Bij de overgang naar de wintertijd zette Nederland zoals elk jaar de klok weer een uur terug. Draisma Dynamo’s eigen Klok wil daarentegen alleen maar vooruit. Jeffrey Klok weet wat hij wil. De ambities van de onlangs 21 jaar geworden libero liegen er niet om. “Mijn vader heeft zilver gewonnen op Olympische Spelen, ik ga ooit goud winnen.” 


 

Het hoge woord kwam er voor het eerst uit bij een interview dat hij een aantal jaren geleden in België gafIn de door zijn vader Marko getrainde selectie van VDK Gent mocht het destijds piepjonge talent voor het eerst aan het grote werk ruiken. Toen de trainerszoon werd gevraagd of hij voor zichzelf een even glansrijke volleybalcarrière ziet weggelegdals die van zijn ouwe heer (378 interlands, met Oranje winnaar van Olympisch zilver in 1992; red.), antwoordde Klok junior in al zijn jeugdige onbevangenheid dat hij de prestaties van zijn vader in de toekomst ooit hoopt te overtreffen.

 

“Het maakt me niet uit hoe, maar het gebeurt. Ik word ermee wakker en ga ermee slapen. Op mijn kamer hangt een visionboard. Daar heb ik het opgeschreven. Het staat ook als achtergrond op mijn telefoon. Het is niet iets van dat ik beter kan worden dan mijn vader, maar aan het winnen van Olympisch goud zit iets mythisch. Het is het hoogst haalbare”, geeft de part-time manager van de McDonalds-vestiging in Barneveld blijk van hoe hij alles uit de kast wil halen om het onmogelijke mogelijk te maken.

 

Draisma Dynamo’s libero vindt het allerminst vervelend te worden gezien als ‘de zoon van…’. De gedachte dat de buitenwacht Marko Klok over een x-aantal jaren aanduidt als ‘de vader van Jeffrey Klok’ kan hem ook best bekoren. Het zou voor Jeffrey het ultieme bewijs betekenen dat hij uit de schaduw is gestapt van zijn grote voorbeeld en inspiratiebron.Als libero is Klok junior gewend om alles op zich af te laten komen, als topsporter wil hij er alles uithalen wat er inzit. 

 

Klok beschouwt Draisma Dynamo als ideaal tussenstation op zijn beoogde weg naar de top van de Olympus. Last van aanpassingsproblemen kende hij nauwelijks sinds zijn komst naar de Draisma Dynamo ArenaDe welbespraakte en zelfverzekerde wereldburger maakte in zijn jonge leven al zoveel mee dat hij zich niet zo gauw meer ergens door uit balans laat brengen. Van een verhuizinkje meer of minder kijkt hij nauwelijks nog op

 

“Doordat mijn vader volleyballer was, heb ik meer in het buitenland gewoond dan in Nederland. Ik ben wel hier geboren, maar toen ik zes maanden oud was verhuisden we naar Maaseik. Behalve in België heb ik ook in Frankrijk, Cyprus en Italië gewoond. Langer dan de zes jaar in Rotterdam toen mijn vader bij ORTEC speelde, heb ik tot dusverre nooit ergens gewoond. Het was steeds heel snel doorverhuizen. Een voordeel daarvan is dat ik me overal heel snel aanpas, maar tegelijkertijd geleerd heb om me ergens niet echt aan te hechten”, legt de flexibele Klok uit dat hij als zoon van een volleybalnomade al op talloze plekken heeft moeten inburgeren.

 

Om zich door te ontwikkelen als volleyballer acht hij Apeldoorn momenteel de juiste plaatsIk wil hier wel twee of drie jaar blijven. Dit eerste jaar zie ik als ontwikkelingsjaar. De jaren daarna staan in het teken van maximaal presteren. SSS was voor mij een prachtige springplank. Ik vind Dynamo een mooie club. We hebben een kwalitatief sterk team. Alles is goed geregeld. Als speler hoef je je niet bezig te houden met randzaken. Bij SSS trainden we maar vier keer in de week.Daar stond alles in het teken van het team. Nu kan ik twee keer zoveel tijd aan training besteden. Ik kan hier ook individueel en technisch bezig zijn. Ik ben mezelf alles een beetje opnieuw aan het aanleren”, verklaart de man met het rugnummer 20 dat hij wel gedijt in Apeldoorn.

 

De liberopositie is hem op het lijf geschreven, oordeelt de 1,89 meter kleine volleyballer“Ik was me al gauw bewust dat ik door mijn lengte ooit libero zou worden. Ik denk dat een libero de coach van het achterveld moet zijn. Je houdt meer energie over en stopt dat terug in het team. In de pass en verdediging kan ik verder groeien. Bij SSS was ik een van de sterkste passers. Hier zit ik vooralsnog onder in de hiërarchie”, beseft Klok goed dat hij eigenlijk pas komt kijken op topniveau.

 

Van de adviezen van oudere en meer ervaren teamgenoten steekt hij veel op. “Van Mats Kruiswijk, Wessel Blom of Jeroen Rauwerdink kan ik veel leren. Renzo Verschuren heeft bij Nesselande zelfs nog samengespeeld met mijn vader. Ik krijg het vertrouwen. In de spelersgroep zijn we kritisch naar elkaar. Voor mij is het een fijne situatie dat er niet iemand in mijn nek staat te hijgen. Daardoor heb je iets minder druk. Mats is een soort persoonlijke coach voor me, een mentor. Ik ben in de zomer eigenlijk zonder verwachtingen gekomen, maar het gaat goed. Om te starten in een wedstrijd is alleen maar mooi.”

 

Alvorens Klok zijn jacht op Olympisch Goud in volle hevigheid gaat inzetten, wil hij met Draisma Dynamo al het nodige eremetaal hebben verzameld. De nieuwe coach van het achterveld is overtuigd dat hij zijn debuutseizoen in Apeldoornse dienst al meteen met een hoofdprijs kanbekronen. “Ik weet niet of je dat kan schrijven, maar wij worden landskampioen. Ik verwacht een tweestrijd tussen ons en Orion. In de play-off finale trekken wij aan het langste eind. Als team geloof ik dat wij meer marge hebben om door te groeien dan Orion of Lycurgus.”

 

 

Ontvang een melding bij nieuwe berichten

Wij beschermen je privacy en delen je persoonsgegevens uitsluitend met derden die deze service mogelijk maken. Lees onze privacyverklaring.

Geef een reactie