Het behalen van de eerste landstitel in 1991 werd door Wim Jonker ervaren als één grote emotionele uitbarsting

In een tijd waarin er, als gevolg van de coronapandemie, helaas nauwelijks of geen actueel sportnieuws te melden valt, blikken we met oud-betrokkenen terug op memorabele momenten uit de geschiedenis van Dynamo Heren-1. Met hen kijken we terug naar bijzondere wedstrijden en/of behaalde titels.

Het eerste herenteam van Dynamo werd maar liefst twaalf keer kampioen van Nederland. De laatste landstitel werd in 2010 behaald, maar we blikken met Wim Jonker terug op het allereerste landskampioenschap. Jonker was één van de spelers die in het voorjaar van 1991 iedereen die supporter was van Piet Zoomers/Dynamo in extase bracht. 

Ambitieus

Bij aanvang van het seizoen had de ploeg slechts één jaar Eredivisie-ervaring, in 1989 promoveerde de ploeg nog vanuit de eerste divisie naar het hoogste niveau in Nederland. Toch had de ploeg, die onder leiding stond van trainer/coach Paul van Sliedrecht, uitgesproken zo snel mogelijk kampioen van Nederland te willen worden.

“Voor zover ik mij dat nog kan herinneren draaiden we al vrij snel bovenin mee, en halverwege het seizoen waren we de koploper’, graaft Jonker diep in zijn geheugen. “Natuurlijk waren we geen favoriet voor de titel. Die rol was voorbehouden aan Rentokil ZVH, de regerend kampioen van Nederland met in de ploeg een aantal sterke en ervaren spelers. Maar gedurende het seizoen werd al wel duidelijk dat er met ons rekening gehouden diende te worden.”

“Natuurlijk waren we geen favoriet voor de titel, we waren de underdog”

Kleine selectie

“We waren het seizoen gestart met een kleine selectie die slechts tien spelers telde. En al vóór aanvang van het seizoen viel daarvan nog een speler af die het niveau niet bleek aan te kunnen. Dus begonnen we met negen spelers aan de competitie.”

(zittend v.l.n.r.): #2 – Onno de Gans (hoofdblokkeerder/middenaanvaller), #3 – Sander Mulder (passer/loper), #4 – Jeroen Bijl (spelverdeler & diagonaalaanvaller), #5 – Redbad Strikwerda (hoofdblokkeerder/middenaanvaller), #6 – Jan Willem Bult (diagonaalaanvaller)
(staand v.l.n.r.): Paul van Sliedrecht (trainer/coach), #7 – Wim Jonker (spelverdeler), #9 – Richard Posma (passer/loper), #10 – Stefan van Offenbeek (passer/loper & diagonaal), #12 – Bas van de Goor (hoofdblokkeerder/middenaanvaller), Rob van den Berg (verzorger), Roel Vennik (teammanager)

Omdat de selectie wel erg klein is wordt in december nog een speler aan de selectie toegevoegd. Olof van der Meulen heeft een kort avontuur in Italië achter de rug, maar omdat dit niet succesvol bleek is hij per direct beschikbaar. De Fries blijkt de ontbrekende schakel in de jacht op de landstitel.

Blessure

Artikel uit de Nieuwe Apeldoornse Courant
van maandag 21 januari 1991

Wim Jonker vertelt over z’n rol binnen het team. “Ik was aan het begin van het seizoen de beoogde eerste spelverdeler, maar Jeroen Bijl ‘rammelde inmiddels ook aan de poort’. Jeroen was de seizoenen ervoor passer/loper geweest, maar Paul van Sliedrecht had gezien dat hij nét niet voldoende kwaliteiten had om op die positie ‘top’ te zijn. Maar omdat Jeroen wel een alleskunner bleek zag Paul in hem een prima spelverdeler. Gedurende de eerste helft van het seizoen speelde ik met name de officiële wedstrijden, Jeroen kreeg vooral veel speeltijd tijdens oefenwedstrijden. Af en toe wisselden we elkaar af, en zo nu en dan stonden we ook wel samen in het veld. Jeroen incidenteel als spelverdeler en anders als diagonaalaanvaller. Totdat Olof kwam, en totdat ik in februari 1991 geblesseerd raakte.”

“Tijdens het skiën viel ik op mijn schouder. Einde seizoen!”

Jonker raakte geblesseerd aan zijn rechterschouder, de diagnose luidde trombose. “Enorm balen”, vertelt Jonker. “Ik was ontzettend in vorm, speelde op de toppen van mijn kunnen. Tijdens de wintersport was ik gevallen en ergens tegenaan geknald. Einde seizoen voor mij!”

Strijd om de landstitel

De spelers ontvingen een herinneringsplaquette

Door het wegvallen van Wim Jonker wordt Jeroen Bijl de man die nu in z’n eentje de lijnen moet uitzetten binnen de ploeg. “Het was vervelend om vanaf de zijkant te moeten toekijken want we streden dus volop mee voor de landstitel”, aldus Jonker. “Volgens mij was er destijds nog geen sprake van play-offs, maar ik weet toch zeker dat we een kampioenswedstrijd hebben moeten spelen om de landstitel. En volgens verwachting tegen huizenhoog favoriet Rentokil ZVH uit Zevenhuizen. Ik weet het nog heel goed. Tegenwoordig mag een geblesseerde speler gewoon op de bank plaatsnemen, maar toen mocht dat niet. Dus zat ik in mijn gewone ‘kloffie’ op de tribune toe te kijken hoe mijn maatjes streden om het kampioenschap.”

“Er ging een orkaan van geluid door de hal, huilende mensen op de tribunes. Eén grote emotionele uitbarsting”

Het moet een vreemde ervaring zijn geweest voor de spelverdeler. “Dat was het ook. Maar ondanks dat ik niet meedeed was die kampioenswedstrijd wel heel speciaal, zeker ook voor mij. Wat er gebeurde nadat we het laatste punt hadden gescoord? Er ging een orkaan van lawaai door de hal. Huilende mensen op de tribunes, één grote emotionele uitbarsting! Wat een feest brak er vervolgens los. Nu we er zo over praten herinner ik mij dit ineens weer: voormalig H1-speler en oud-teammanager Jan Willem Muller zat voorafgaand aan de wedstrijd in het clubhuis van de Dynamohal al te huilen. ‘We gaan kampioen worden, het gaat écht gebeuren!’ riep hij. Hij voelde het gewoon aan en kreeg gelijk: we werden inderdaad kampioen.” Jonker geniet er zichtbaar nog steeds een beetje van…

Goed stel

‘Het is een goed stel hoor’, waren de onvergetelijke woorden van voetbalcommentator Theo Reitsma nadat het Nederlands elftal in de zomer van 1988 Europees kampioen voetbal was geworden. Dezelfde tekst gold drie jaar later eigenlijk ook van de spelers van Piet Zoomers/Dynamo. “We waren echt een heel goed team”, verklaart Jonker. “Ik herinner mij bijvoorbeeld nog een trainingskamp. We gingen met de groep naar Tenerife. Ik kan mij niet herinneren dat een dergelijke trip daarvoor ooit eerder was georganiseerd. Het trainingskamp bleek enorm goed te zijn voor de teambuilding. ’s Morgens werd er hard gewerkt tijdens de training, ’s middags speelden we een wedstrijd, en ’s avonds was er tijd voor ontspanning met de groep. Zo werden we een eenheid, alles met maar één doel: kampioen van Nederland worden. En het werkte dus.”

Veranderd

“Er is in dertig jaar wel heel veel veranderd in het volleybal”, laat Jonker weten. “Het tempo van het spel ligt nu veel hoger. Destijds had je nog geen rallypointsysteem, je kon alleen scoren wanneer je de opslag had. Liep het aan het begin van de set nog niet helemaal, dan raakte je absoluut niet in paniek. Tijd zat om terug in de set te komen. Kom je nu direct op een redelijke achterstand te staan, dan is het bijna onmogelijk om alsnog de set te winnen.”

En verder, is er verder veel veranderd? “Zeker. Een sprongservice? Dat zag je nog nauwelijks. Alleen Olof van der Meulen deed ‘m. En er was ook nog geen sprake van een libero. Nee, het spel is in alle opzichten echt veel veranderd.”

Alleen maar ten goede, of zijn er ook nog zaken die je mist uit het spel uit jouw tijd? Jonker denkt even na. “Ja, wat ik van vroeger beter vond, of in ieder geval mooier: er werden meer combinaties gespeeld, staffeltjes, en dergelijke. Daardoor was het eigenlijk mooier om te zien. Tegenwoordig zijn de rally’s kort en gaat alles gewoon hard.”

Tegenwoordig

Wat doet de spelverdeler van het Dynamoteam dat als eerste landskampioen werd tegenwoordig? “Ik werkte destijds al naast het volleybal, ik was systeemontwerper bij Volmac. Tegenwoordig ben ik programmamanager in de IT”, vertelt Jonker. “En daarnaast ben ik mede-eigenaar van Jesse James Barbershop in mijn woonplaats Zutphen. Samen met een kameraad heb ik mij sterk gemaakt om mijn kapper (dat mag ik van hem niet zeggen, ik moet hem ‘barber’ noemen) met wie het wat minder ging er weer bovenop te helpen. Gewoon leuk.”

En het volleybal, nooit iets gezien in de rol van (hoofd)trainer? “Het is eerlijk gezegd nooit op mijn pad gekomen. En nu heeft het ook eigenlijk geen zin meer. Heel af en toe zit ik nog wel eens op de bank als coach, bij mijn zoon die bij Protos uit Utrecht in de Topdivisie speelt. Daarnaast ben ik inmiddels al redelijk wat jaren bestuurslid Technische Zaken bij de Stichting Topvolleybal Dynamo.”

De vader van Wim Jonker, oud-voorzitter Wim Jonker sr., bedacht ooit de slogan: ‘Dynamo, je blijft eraan kleven, voor heel je leven’. Deze slogan lijkt op junior zeker van toepassing!

Tekst: Teun Zijp

Ontvang een melding bij nieuwe berichten

Wij beschermen je privacy en delen je persoonsgegevens uitsluitend met derden die deze service mogelijk maken. Lees onze privacyverklaring.

Dit bericht heeft één reactie

  1. George Janssen

    Ik was toen verzorger van Rentokil ZVH en herinner me die dag nog goed. Wij waren gewend om voorafgaande aan een wedstrijd een uurtje in een sporthal lekker met een bal bezig te zijn. Alleen deze dag was niet iedereen op komen dagen. Een van onze spelers had onderweg naar het verzamelpunt zijn auto in een bocht tegen een boom gezet. Een andere speler die daar wat later langs kwam had gezien dat van de bewuste auto niet veel meer bruikbaar was. Later hoorden we dat de speler in het ziekenhuis was en waarschijnlijk nekletsel zou hebben. Gelukkig is het later met deze speler goed gekomen, maar onze gedachten waren toch niet allemaal 100% bij de wedstrijd die we dan ook terecht verloren. Het was tevens de laatste wedstrijd van Arthur Vennik voor ons, die na afloop in de kleedkamer bekend maakte dat hij de overstap naad Dynamo zou gaan maken. een jaar later werden wij weer kampioen en daarna begon er een lange serie dat de hoofdprijs naar Apeldoorn ging.

Geef een antwoord